ZELFSTURING EN ECONOMISCHE DRAGERS IN EEN NATIONAAL LANDSCHAP
De Noordelijke Friese Wouden (NFW) in Noordoost Friesland vormen een nationaal landschap met een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen. De overheid heeft aangegeven dat de bijzondere kwaliteiten van de NFW moeten
worden behouden. Boeren zijn belangrijke beheerders van het landschap, zij zijn voor de instandhouding daarvan in feite onmisbaar. Zij willen zelf de verantwoordelijkheid nemen om zich, samen met andere partijen in het gebied, in te zetten om dit landschap duurzaam
te beheren, onder de voorwaarde dat de winstgevendheid voldoende is om hun bedrijf in de NFW voort te zetten. In plaats van de NFW in stand te houden met behulp van overheidssubsidies, is de ambitie om, door samenwerking met een groot aantal partijen,
nieuwe product-marktcombinaties te ontwikkelen die bijdragen aan de bedrijfsresultaten van de ondernemers én aan een duurzame instandhouding van het gebied.
DUURZAME ONTWIKKELING DOOR COLLECTIEVE AANPAK
In het project ´Zelfsturing & Profit’ werkten 750 boeren, de provinciale en gemeentelijke overheden en andere ondernemers samen aan beheer en ontwikkeling van een landschap van zo’n 55.000 hectare. Voor de winstgevendheid van de ondernemingen in het gebied
zijn gezamenlijk nieuw te ontwikkelen activiteiten verkend. Deze liggen op het gebied van:
- betaalde werkzaamheden voor landschapsbehoud;
- creëren van bekendheid van de regio om de toeristische aantrekkingskracht te vergroten en de marketing van streekproducten te ondersteunen;
- schaalvergroting van agrarische bederijven, rekening houdend met het kleinschalige landschap;
- ontwikkeling van een gezamenlijk bedrijf om energie uit hout (tot nu toe een afvalproduct) te produceren;
- op de markt brengen van streekeigen zuivelproducten.
Verder wordt een gebiedseigen aanpak van ‘kringloopboeren’ ontwikkeld. Door een aangepast dieet voor de koeien, gebiedseigen voer en mestgebruik op de eigen percelen, wordt een duurzame bedrijfsvoering ontwikkeld die past bij het kleinschalige landschap en
ook nog een betere kwaliteit melk levert.
Tenslotte adviseerden de onderzoekers hoe zelfbeheer door boeren ingepast kan worden in provinciale en gemeentelijke procedures en plannen.
NIEUWE ROLLEN EN REGIONALE VERANTWOORDELIJKHEID
In dit project werkten kennisinstellingen, overheden, maatschappelijke organisaties en ondernemers samen en creëren zo gezamenlijk nieuwe kennis over de ontwikkeling van nieuwe waarden in het gebied. Dit leidt niet alleen tot landschapsbehoud, maar ook totmeer duurzaamheid en verbetering van de winstgevendheid van de boerenbedrijven in het gebied. Dit laatste draagt bij aan de bestaanszekerheid van de boeren in dat gebied, waardoor het landschap ook in de toekomst behouden zal kunnen worden. Ook is in dit project een verbinding ontstaan tussen het landelijke en het stedelijk gebied. Doordat de overheid ruimte voor experimenten heeft gecreëerd, veranderden de rollen van boeren, ambtenaren en politici.




