Weblog

De stekker is er uit, maar het licht blijft branden

Fotos_Henk_-_Ineke_Key_006-2Na zes jaar werken heeft TransForum op 1 december 2010 haar deuren gesloten. Een projectmarkt, een boekenbal, een ronde tafel gesprek en een serie hartenkreten zorgden samen voor een positief slotakkoord. Maar de stekker werd er ook letterlijk uitgetrokken. Samen met Jort Kelder maakte DG Annemie Burger van het ministerie van Economie, Landbouw & Innovatie duidelijk dat TransForum daadwerkelijk is gestopt. Tenminste, als innovatieprogramma. Op de dag zelf werd ook al meteen duidelijk dat de doorwerking van TransForum nog lange tijd zal naklinken.

Die doorwerking is voor innovatieprogramma's altijd het meest uitdagend. Projecten afronden, zorgen voor goede rapportages en ontwikkelen van generieke inzichten is allemaal nog relatief simpel. Veel moeilijker is het om aan anderen - aan zij die niet hebben meegewerkt in de projecten – de inspiratie over te brengen. En om die anderen ook tot actie aan te zetten. Toch is dat uiteindelijk het echte doel van innovatie: in de marge iets nieuws ontwikkelen en er voor zorgen dat het gemeengoed wordt.

Nu hebben innovatieprogramma's meestal een beperkte looptijd. Zo gold voor TransForum dat de klus in zes jaar tijd geklaard moest zijn. In die periode is het gelukt om een groot aantal projecten af te maken en inderdaad generieke lessen te trekken. Maar zes jaar 'on-the-job' is te kort om ook voor brede doorwerking te zorgen. Ik zie genoeg aanknopingspunten om vertrouwen te hebben dat die doorwerking er komt. De stekker mag dan uit TransForum zijn getrokken, de energie die in zes jaar is opgewekt blijkt voldoende om het licht zelfstandig te laten branden.

Verschillende provincies gaan aan de slag met de manier van werken die binnen TransForum is ontwikkeld. Binnen het onderwijs gaan we samen met de Groene Kennis Coöperatie en een aantal scholen werken aan lesprogramma's waarin het samen aan innovaties werken centraal staat. Vanuit het bedrijfsleven is interesse getoond in de nieuwe manier van business development. En de lijst wordt steeds langer. Dus hebben we daar de komende maanden ook onze handen vol mee. En dan wordt afbouwen toch ineens weer leuk, zeker als blijkt dat we aan een nieuw begin werken...

Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Hieronder volgens de hartenkreten van Rudy Rabbinge, Hans Huijbers, Marleen Janssen Groesbeek, Jan Staman en Meiny Prins.

Rudy Rabbinge 

Toegankelijke inventies: basis van vernieuwing in plantenveredeling en voedselzekerheid

EverT_JacobsenEen inventie is het creëren van iets nieuws dat nog niet bestaat. Hierop is innovatie gebaseerd. Inventies waren in de landbouw 'life sciences' tot dertig jaar geleden vrij toegankelijk en niet gepatenteerd. Toen al bestond kwekersrecht dat wèl de handel in zaad van een ras beschermde maar níet het gebruik door concurrenten als kruisingsouder voor het maken van nieuwe rassen.

Met de opkomst van de moderne biotechnologie is door de Bayh-Dole Act in de VS het patenteren van genen en technieken bij kennisinstellingen gestimuleerd. Ook de exclusieve verkoop van rechten op deze gepatenteerde genen en technieken werd hierdoor mogelijk gemaakt. Bij de plantenveredeling via genetische modificatie heeft dit tot de ongewenste situatie geleid dat een nieuw ras nu extra beschermd kan worden door één gepatenteerd gen. Dit gen zorgt ervoor dat zo'n ras niet meer vrij als kruisingsouder gebruikt mag worden.

Deze beperking werkt in het nadeel van de gehele plantenveredeling en van onze voedselvoorziening: genetische variatie kan hierdoor veel minder vrij worden gebruikt. Ook is het aanleiding voor fusies of het opkopen van bedrijven door multinationals; niet innovatie, maar het eigendom van juridische rechten staat daarbij centraal.

Het gevaar is dat hierdoor onze voedselproductie wereldwijd op een te smalle basis van agrodiversiteit gaat berusten waardoor onze voedselzekerheid in het geding komt.

Gelukkig zijn er de laatste tijd steeds meer rechterlijke uitspraken die aangeven dat patentering in 'life sciences' van genen beperkt moet worden. Dit helpt de gezondere oude concurrentieverhoudingen herstellen waardoor onze voedselbasis op de lange termijn op voldoen brede basis kan blijven rusten.

Evert Jacobsen
Wetenschappelijk directeur TransForum

 

De macht van het winkelwagentje

Meiny_Prins_1Als iedereen op de wereld zou leven zoals we hier in Nederland doen, dan zouden we aan drie werelden niet genoeg hebben, becijferde het Wereld Natuur Fonds laatst. Menigeen zou wat onrustig worden bij die gedachte, maar ik zie vooral kansen voor onze duurzame land- en tuinbouw. Immers: de wereldvoedsel-problematiek, want daar hebben we het dan over, is oplosbaar.

We hebben al zoveel technische middelen in huis om op duurzame wijze voedsel te produceren, alleen kunnen we het nog niet altijd economisch rendabel maken. Voorbeeld: in de moderne glastuinbouw produceren we één kilo tomaten met behulp van vijf liter water. In 'open field' is voor diezelfde kilo tomaten wel honderd liter water nodig!

Eigenlijk is het heel simpel: als je wilt dat duurzame toepassingen ook daadwerkelijk plaatsvinden, dan moeten ze economisch voordeel opleveren. Ofwel: het kan niet zo zijn dat een ondernemer, boer of teler, die investeert in duurzame productie en daarvoor zijn nek uitsteekt, met zijn producten in hetzelfde schap eindigt als zijn collega die zich helemaal niet druk maakt om duurzaam produceren...

Wie kunnen we daar nou eens de schuld van geven. De overheid? Die mag inderdaad wel van iets meer visie blijk geven als het gaat om duurzame ambities. De supermarkten? Natuurlijk zullen zij bereid moeten zijn ruimte te geven aan duurzame initiatieven. De teler zelf? Helemaal mee eens dat de producent verantwoordelijk is voor zijn eigen afzet. Maar de grootste sleutel tot succes voor duurzame voedselproductie? Dat bent u, dat ben ik, dat zijn wij. Als wij ons meer bewust worden van ons koopgedrag, als wij bewuste keuzes maken achter onze winkelwagen, dan bepalen wijzelf hoe duurzaam de keten is. En daar kan de overheid een beetje bij helpen door innovaties in de sector te stimuleren, daar kan de teler bij helpen door zich met zijn duurzame producten onderscheidend te profileren van zijn collega's, maar uiteindelijk zijn wij het als consument zélf die bepalen wat er in de supermarkt in het schap ligt. Aan ons dus de keus!

Meiny Prins

Algemeen directeur Priva en bestuurslid TransForum

Unlikely allies

sandermagerLandbouw en stedelijke omgeving zijn volgens velen nog steeds vooral vijanden en geen vrienden. Ze kennen elkaar niet, begrijpen elkaar niet en luisteren niet naar elkaar. Dat leidt tot een steeds meer dilemma's en een verlammende polarisatie.

In de stedelijke omgeving wordt de roep om verantwoorde en diervriendelijke productie steeds luider. Het verzet tegen megastallen is massief en de uitbraak van de Q-koorts bij geiten heeft de kwetsbaarheid van de huidige agrarische bedrijfsvoering weer eens onderstreept. Daartegenover mogen streekeigen productie, stadslandbouw en 'grow your own' zich in een steeds grotere belangstelling verheugen. Maar deze 'alternatieve' vormen bieden met elkaar weer te weinig perspectief om tegen aanvaardbare prijzen voldoende volume te bieden voor de groeiende wereldbevolking. Zelfs op de schaal van de Randstad bieden zij onvoldoende perspectief.

De dilemma's worden steeds manifester: economische wetten dwingen de landbouw tot een steeds grotere schaal, terwijl een kritische civil society vraagt om steeds kleinere schaal. En de wens tot ecologische efficiëntie vraagt enerzijds om gesloten systemen, terwijl burgers graag de koe in de wei zien.

De gangbare reactie op deze dilemma's is om voor één van de uitersten te kiezen, wat alleen maar leidt tot polarisatie. Bij positieve berichtgeving over stadslandbouw wordt vanuit andere hoek meteen geroepen 'maar daar kunnen we de wereldbevolking niet mee voeden'. En als er dan vervolgens een stalsysteem wordt gepresenteerd waarbij alle stankoverlast en uitstoot van schadelijke stoffen tot het verleden behoort, dan is het tegengeluid weer dat het te groot is en niemand dat in zijn omgeving wil.

Gelukkig zijn er ook steeds meer agrarische ondernemers die uit het dilemma proberen te komen. Niet door een van de uitersten te kiezen, maar door het dilemma te overstijgen. Zij doen dat door samen met anderen initiatieven te ontwikkelen die beter scoren op álle drie de pijlers van duurzaamheid: gezond en sociaal, ecologisch en economisch. En nog belangrijker: zij zien de stedelijke omgeving als inspiratiebron voor hun innovaties. En dat leidt tot een fraai palet aan innovaties.

Op de Summit Metropolitane Landbouw in Rotterdam kwamen van 28-30 oktober veel van deze innovatoren samen. Er waren vertegenwoordigers van de productielandbouw die aan duurzame schaalvergroting doen, maar ook stadlandbouwers die van hun idealen een gezonde businesscase gemaakt hebben waardoor ze volledig zonder subsidie en giften kunnen produceren. Allemaal dankzij de karakteristieken die de stedelijke omgeving te bieden heeft.

Deze ondernemers hebben haarfijn door dat landbouw en stad nieuwe vrienden kunnen worden. Dat vraagt wel nieuwe partnerships. Zo ontstonden ook op de Summit mooie gesprekken én nieuwe ideeën tussen de uitersten van het landbouw spectrum: tussen groot en klein en tussen high tech en high touch. En wat hadden ze elkaar veel te leren! Zo blijkt eens te meer: in metropolitane landbouw gaat het om het creëren van unlikely allies.

Sander Mager
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

Blijven vernieuwen

Rudy_Rabbinge

Dynamiek, vernieuwing en versterking van de concurrentiekracht zijn de consistente kenmerken van 150 jaar ontwikkeling van de landbouwsector.

Die kenmerken zijn gebaseerd op inventief, creatief en risicoaccepterend ondernemerschap, gestimuleerd en gefaciliteerd door vooruitziend overheidsbeleid. Geen bescherming, geen laissez faire, maar een beleid dat infrastructuur (inclusief kennisinfrastructuur) vernieuwt en versterkt, organisatievormen gericht op sterke marktposities verbetert en bereid is publieke middelen aan te wenden voor die doelstellingen.

Dat beleid heeft geen windeieren gelegd, nog steeds is Nederland een grote exporteur van agri-gerelateerde producten, is de concurrentiepositie sterk en scoren van de 21 bedrijfstakken uit de sector meer dan de helft bij de top twintig van de economische bedrijfstakken.

De impuls die TransForum de laatste vijf jaar gegeven heeft, past in die historische trend. Daarmee is weer duidelijk gemaakt dat het succesvolle beleid van dynamiek en vernieuwing wel betekent dat we ons voortdurend moeten herbezinnen op de wijze waarop we onszelf vooruitbrengen. Immers, vernieuwing vraagt om steeds weer aanpassen aan veranderende omstandigheden en dat betekent meestal het aanpassen van bestaande ingesleten gewoontes en instituties.

In een periode van nog geen vijf jaar zijn door de vele ondernemers, onderzoekers, bestuurders en maatschappelijke groepen belangrijke bijdragen geleverd aan de bestendiging van de historische trend van versterking en vernieuwing in de agri-business. Daarmee worden meerdere maatschappelijke doelen gediend. De lessen die zijn geleerd over kritische succesfactoren zullen nu ingezet moeten worden bij het maken van heldere keuzes voor de toekomst. Daarmee is de bal weer terug bij de agrarische sector zelf. En die zal, zoals al eerder vertoond, de bakens nu moeten verzetten om klaar te zijn voor een toekomst die er anders uit zal zien dan de periode die nu achter ons ligt.

Rudy Rabbinge
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

 

Groeiende kloof tussen maatschappij en wetenschap?


 rikewegBestuurders en politici zijn hun respectabele positie kwijt. Wetenschappers lijken nu aan de beurt om uit hun ivoren toren gehaald te worden.

Het Klimaatpanel IPCC moet door het stof wegens vermeende fouten in hun klimaatrapport, CPB-modellen staan ter discussie bij de verkiezingen, 'Wageningen' staat in de beklaagdenbank voor de intensieve veehouderij. Grote ondernemingen organiseren hun eigen innovatie en lijken hierin nauwelijks een rol te zien voor samenwerking met wetenschappers.

Ook in TransForumprojecten zijn ondernemers soms teleurgesteld in de resultaten van samenwerking met onderzoekers. Onderzoekers nemen soms 'kennisvragen' weer mee naar hun ivoren toren om na maanden weer terug te komen met antwoorden op niet gestelde vragen of onderzoekers geven op een kennisvraag van ondernemers als antwoord dat een vierjarig onderzoeksproject nodig is om een echt antwoord te kunnen geven.

Dit valt niet alleen de onderzoekers verwijten. Ook 'de maatschappij' lijkt niet om te kunnen/willen gaan met onzekerheden.

Parlementariërs verwachten van klimaatonderzoekers een eenduidig antwoord op wat wanneer gaat gebeuren en wat gedaan moet worden, politieke partijen verwachten van het CPB dat dit met zijn modellen de consequenties van partijprogramma's tot over dertig jaar kan voorspellen. Ondernemers beschouwen onderzoekers als consultants die pasklare, wenselijke, antwoorden geven. We accepteren niet dat er voor veel problemen geen pasklare oplossingen bestaan.

Hierover organiseerde Studium Generale van Wageningen-UR samen met TransForum de afgelopen maand een tweetal workshops, onder de titel 'Wicked Problems, Clumsy Solutions and the Role of Science". Onderzoekers dachten na over hun rol bij het 'managen' van dit soort vraagstukken.

Wicked problems zijn vraagstukken die zo complex zijn dat er geen oplossingen voor bestaan. Bijvoorbeeld omdat oorzaak en gevolg zover in de tijd of ruimte uiteen liggen dat we niet kunnen voorspellen wat de consequenties van ons handelen hier en nu, aan de andere kant van de wereld of over honderden jaren zullen zijn. Of problemen waarover zoveel normatief verschillende opvattingen bestaan dat het probleem zelf al niet eenduidig te omschrijven is, laat staan de oplossing.

We kunnen een begin maken de enorme problemen waarvoor we staan het hoofd te bieden door te accepteren dat eenduidige oplossingen niet bestaan. Parlementariërs en journalisten moeten van bestuurders accepteren dat zij het soms 'niet weten'. Ondernemers en ambtenaren moeten bereid zijn daadwerkelijk samen met onderzoekers problemen te onderzoeken en oplossingsrichtingen in te slaan. Wetenschappers moeten niet denken dat zij 'de wijsheid in pacht' hebben en bereid zijn om samen met de maatschappij oplossingsrichtingen te verkennen.

Hier en daar worden al hoopvolle eerste stappen gezet, zo bleek tijdens de workshops in Wageningen. Kleine groepen wetenschappers denken na over andere beloningssystemen dan alleen maar punten voor wetenschappelijke publicaties. Onderzoekers in TransForumprojecten en daarbuiten werken intensief samen met ondernemers aan nieuwe stalsystemen, andere vormen van landschapsbeheer, energie in kassen en zorglandbouw. Binnen het onderwijs wordt nagedacht over 'case based onderwijs' en onderzoeksinstituten vragen zich af welke meerwaarde zij voor wie hebben.

Het is nog niet doorgebroken naar het 'systeem'. De uitdaging ligt nu bij universiteitsbestuurders en ministeries om de aanbevelingen van hun eigen onderzoekers op te pakken en daadwerkelijk de ruimte, beloningssystemen en compentieontwikkeling voor onderzoekers te organiseren. De nieuwe Minister van Onderwijs kan hier een belangrijke stap in zetten.

En politici, pers en ondernemers moeten zich realiseren dat niet alles maakbaar en oplosbaar is, maar dat we samen de zoektocht aan moeten gaan om nieuwe wegen te vinden en te verkennen.

Rik Eweg
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Big burritos

karin_andeweg'We wanted to have farmers in our ads,
but what sells are big burritos,
not lessons on sustainable farming'

Deze tekst staat op een billboard van een Mexicaans grillrestaurant, vlakbij Fenway Park, het baseball-stadion van de Red Sox in Boston. De onschuldige voorbijganger (lees: de hongerige baseballfans die net terugkomen van een ongetwijfeld spannende Red Sox wedstrijd) ziet in deze advertentie waarschijnlijk vier belangrijke woorden: we have big burritos.

Wij, op dat moment overigens ook uitgelaten Red Sox fans, zagen in deze advertentie een hele andere boodschap. Namelijk dat adverteren met de duurzaamheid van je agrarische producten niet aantrekkelijk is. Het verkoopt niet. Maar waarom eigenlijk niet? En belangrijker, hoe kan je duurzaamheid wel verkopen? Een vraag waar we bij TransForum vaak bij stilstaan. Agrarische producten kunnen op milieu- en diervriendelijke wijze worden geproduceerd, maar moeten uiteindelijk wel verkocht worden.

Een dag later stonden we in een heel andere setting stil bij precies dezelfde vraag. In de exclusieve Nespresso-boutique in Boston proefden we verschillende soorten Nespressokoffie (u weet wel, van George Clooney). Wat de doorsnee consument niet weet: Nespresso zet zich vol overgave in voor duurzame ontwikkeling van hun product. Voor het produceren van de koffiebonen wordt samengewerkt met een NGO om te waarborgen dat de koffieboeren op een milieuvriendelijke manier boeren én een eerlijke/hoge prijs voor hun koffie krijgen. Voor de stijlvol ontworpen koffiezetapparaten wordt gebruik gemaakt van energiebesparende technologie en minder of gerecycled materiaal. En de capsules waarin de koffie wordt verkocht kunnen inmiddels gerecycled worden. Er bestaat zelfs een trendy en draagbaar afvalemmertje waarin je de gebruikte capsules naar de winkel kunt terugbrengen. Een afvalemmertje waar zelfs George wel mee gezien wil worden.

Als je echter op de website van Nespresso kijkt, wordt er niet prominent aandacht gegeven aan hun inzet voor duurzame ontwikkeling. Blijkbaar vindt hun consument dat niet interessant. De meerwaarde lijkt naast de lekkere koffie te zitten in de gekleurde capsules, de Nespresso-club, en de mooi gedesignde spullen en hebbedingetjes er om heen. Hiermee maakt Nespresso hun producten een must-have voor de consument. Onbewust wordt je hierdoor als consument verleid tot consumeren van meer duurzame koffie.

Of dit de manier is om duurzamere producten te vermarkten? Geen idee, maar voor Nespresso werkt het. En ik ben in ieder geval om: ga snel een mooi apparaatje uitzoeken en veel duurzame(r) geproduceerde koffie drinken!

Karin Andeweg
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

Business as usual of doorpakken!

henkvanlatesteijnBUSINESS-AS-USUAL OF DOORPAKKEN!

De verkiezingen zijn achter de rug, we hebben gebruik gemaakt van ons stemrecht en gekozen. Nu eerst nog even achterhalen wat 'de kiezer' bedoelde met zijn stem, daarna gaan we weer over tot de orde van de dag. Business as usual.

Een ingesleten gewoonte. Niet alleen bij verkiezingen maar bij alles wat van invloed is op ons dagelijks leven. Neem innovatie. Al jaren het paradepaardje van de regering. Hierop inzetten zou een zonnige toekomst dichterbij brengen. Dus werd een Innovatieplatform opgericht en startte een groot aantal innovatieprogramma's. Daaronder ook TransForum. Met als opdracht een nieuw perspectief te bieden aan de Nederlandse agrosector door duurzame ontwikkeling als uitdaging te zien. Ook moesten we laten zien hoe de Nederlandse kennis en kunde daar een positieve bijdrage aan kan leveren. We gingen aan de slag en maakten gebruik van ruimte, tijd en geld die daarvoor beschikbaar waren gesteld. En nu? Gewoon weer doorgaan? Business as usual?

Die kans is zeker aanwezig, zo gaat het vaak. Het innovatieplatform produceert rapporten en wijst zogenoemde sleutelgebieden aan. En de wereld draait door volgens dezelfde wetten en regels als altijd. De verkiezingen hebben een duidelijk signaal afgegeven dat 'de kiezer' eigenlijk iets anders wil. De regering gaat intussen gewoon door, ingegeven door de politieke mores en de 'smalle marges' die Den Uyl ooit al beschreef.

Hoe zit dat met innovatie in de agrosector, gaat dat nog lukken? Kernvaag is of we gezamenlijk in staat zijn het allerbelangrijkste ingrediënt voor verwezenlijking van veranderingen te leveren: onszelf anders opstellen en anders gedragen.

Krijn Poppe en ik vroegen hiervoor onlangs al aandacht in het FD. We gaven aan dat voor de Nederlandse landbouw een fantastisch vergezicht geschetst kan worden als we tenminste bereid zijn om allemaal onze hakken uit het zand te halen. Daar zit immers de kneep. Veranderen is leuk, tenminste als het over anderen gaat . Heel wat lastiger is het als het over jezelf gaat, als jij en je directe omgeving het onderwerp van verandering zijn. Het klinkt zo simpel maar is uiterst moeilijk: gewoon doen!

Kennisinstellingen die niet alleen vechten om publieke middelen maar tegelijkertijd samenwerken met de buitenwereld en vragen waarmee zij ondernemers, maatschappelijke groepen en overheden kunnen helpen. En uitvinden met wie zij daarvoor nog meer moeten samenwerken.

Overheden die begrijpen dat schadebeperking en 'de boel bij elkaar houden' niet het enige doel zijn, die verantwoordelijkheid nemen. Die niet alleen praten over noodzakelijke verbeteringen in de Nederlandse veehouderij, maar die hieraan actief en zelfs risicodragend deelnemen. Dat vraagt om een politiek programma waaruit ambitie en investeringsdrang blijkt. Hiervan hoorde ik in de eindeloze debatten tussen onze politieke kopstukken helaas niets. Maar wie weet . . . .

Daarom doet TransForum de komende maanden iets onverwachts . We produceren geen eindrapport om op die enorme stapel goedbedoelde adviezen te belanden. In plaats daarvan gaan we met voorlopers uit bedrijfsleven, overheid, maatschappelijke groeperingen en kennisinstellingen aan de slag om onze ervaringen om te zetten in daden. Zodat er straks in december een stevige groep uit de agrosector staat die zelf aan de slag gaat, geen business-as-usual dus. Niet alleen praten over veranderingen , maar doen!

Meedoen?

Henk van Latesteijn
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

 

Debat over intensieve veehouderij is ‘zeau 2001’

sandermagerDe verkiezingscampagnes zijn in volle hevigheid bezig. Politieke partijen zoeken media-aandacht en allerlei groeperingen spelen daar handig op in.

 

 

pleidooi duurzame veeteelt

Een aantal hoogleraren puliceerde op 28 april een manifest over 'duurzame veeteelt' in het NRC en op een speciale website. In hun oproep om een einde te maken aan intensieve veehouderij, stellen ze dat er sinds het rapport van Wijffels (2001) niets terecht gekomen is van verduurzaming van de veeteelt.

Het manifest triggerde mij om drie reden:

  1. mijn vader is één van de ondertekenaars,
  2. de partij waarin ik politiek actief ben was er als de kippen bij om het pleidooi te ondersteunen, maar vooral
  3. het manifest doet op geen enkele wijze recht aan de vele mensen in sector die zich met volle overtuiging en met aantoonbaar succes inzetten voor verduurzaming van de landbouw (de ruim dertig innovatieve TransForum-praktijkprojecten zijn maar een heel bescheiden illustratie daarvan).


kansen zoeken: effectiever dan aanvallen

Vorig jaar schreef mijn GroenLinks-collega Tofik Dibi in zijn pamflet 'Zeau 2001': 'Het debat is een herhaling van dezelfde doembeelden zonder vooruitgang'. Hij had het toen over het integratiedebat. Maar hetzelfde lijkt waar in het debat over de intensieve veehouderij. Begrijp me goed: ik ben een hartstochtelijk voorstander van verduurzaming van de landbouw (niet alleen de veehouderij dus) en met een belangrijk deel van de analyse ben ik het ontzettend eens. Maar nu wordt de hele sector weer in de verdediging gedrukt. Ik geloof dat het veel kansrijker is om te laten zien dat het echt anders kan, om voorlopers trots te maken en op een voetstuk te zetten om anderen te inspireren en om nieuwe kansen te creëren. En er zijn positieve voorbeelden genoeg! Om de zo gewenste verduurzaming te realiseren moeten we daarom ook kleinere stappen toejuichen en stimuleren.
Daarvoor moet de nuance weer terug in het debat.

schaalvergroting niet zonder meer in de ban doen

Die nuance is bijvoorbeeld zoek als het gaat om schaalvergroting. Schaalvergroting is per definitie mega-fout volgens het hooglerarenmanifest en moet actief tegengehouden worden. Daarmee zouden we een belangrijke innovatierichting helemaal afsluiten. Een richting waarin juist door schaalvergroting nieuwe kansen ontstaan voor verduurzaming. Schaalvergroting kán prima samengaan met verbetering van dierenwelzijn, terugdringing van vervuiling, besparing en zelfs opwekking van energie en vermindering van risico's op dierziekten. En ja, ook in de biologische landbouw vindt schaalvergroting plaats. Analisten van de ING wijzen er bovendien op dat duurzame productie in de toekomst goedkoper zal worden dan andere productie. De toenemende schaarste aan schoon water, energie en voedsel een rol, net als de beperking van de CO2-uitstoot spelen daarbij in de markt een cruciale rol. Door duurzaamheidseisen aan schaalvergroting te stellen zou de politiek een efficiënte, dier-, mens-, klimaat-, en milieuvriendelijke en winstgevende veehouderij in Nederland veel sneller kunnen realiseren dan door schaalvergroting te verbieden. Is er een politieke partij die dit durft? Of blijft het debat over duurzame veehouderij zeau 2001?

Sander Mager
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Algemene Informatie

Metropolitane landbouw

Metropolitan Agriculture Brochure - English Version HR
De essentie van metropolitane landbouw is dat de verstedelijkte omgeving juist enorme kansen biedt voor een duurzamere ontwikkeling van de landbouw. Maar ook dat de landbouw onmisbaar is voor een duurzamere ontwikkeling van de stedelijke gebieden. Door de interactie tussen landbouw en stedelijke omgeving ontstaan nieuwe verbindingen. Deze zijn inspiratiebron voor innovaties, zijn winstgevend, respecteren het milieu en verbeteren het welzijn van mens en dier.